Uithuisplaatsing

Uithuisplaatsing

Wanneer de rechter het niet verantwoord vindt dat ouders hun eigen kind opvoeden en verzorgen, kan de rechter een kind onder toezicht stellen. Hierover leest u meer op de pagina Ondertoezichtstelling. Bij zo'n ondertoezichtstelling blijft het kind in principe gewoon thuis wonen. In bijzondere situaties kan de gezinsvoogdijinstelling aan de rechter vragen om een kind dag en nacht uit huis te plaatsen. Ook de Raad voor de Kinderbescherming kan zo'n verzoek indienen.

Op deze pagina vindt u antwoord op de meest gestelde vragen over uithuisplaatsing. Hebt u vragen die hier niet beantwoord worden, of wilt u graag een advies op maat? Neem dan gerust contact met ons op, of leg ons online uw vraag voor. Dat kost u niets en verplicht u tot niets.

Hoe lang duurt een uithuisplaatsing?

Een uithuisplaatsing kan voor maximaal 12 maanden worden opgelegd. Daarna kan de uithuisplaatsing worden verlengd, wanneer dat nodig is. Het is ook mogelijk dat de uithuisplaatsing na 12 maanden wordt beëindigd, of zelfs al eerder, als bijvoorbeeld alle problemen zijn opgelost, of het kind 18 jaar wordt.

Wat als ik het niet eens ben met de uithuisplaatsing?

Wanneer de rechter een verzoek tot uithuisplaatsing in behandeling neemt, krijgt u uiteraard de gelegenheid om daarover uw mening te geven. Bent u het niet eens met de uithuisplaatsing, maar krijgt u van de rechter geen gelijk, dan kunt u in beroep tegen de uitspraak. Dat geldt niet voor een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing: daar kunt u niet tegen in beroep. Mocht er na afloop van de uithuisplaatsing om verlenging worden gevraagd, dan krijgt u daarbij opnieuw de gelegenheid om verweer te voeren.

Kan ik wel contact houden met mijn kind tijdens de uithuisplaatsing?

Dat hangt van de situatie af. Meestal vindt de gezinsvoogd het geen probleem dat u gewoon contact onderhoudt met uw kind. Maar in bepaalde situaties kan de gezingsvoogd in het belang van uw kind besluiten dat er geen contact mogelijk is.