Logo tekst

Op deze pagina geven wij u een korte uitleg over de rechterlijke instanties in Nederland. U leest onder andere welke instanties er bestaan, en in welke gevallen u er mee te maken kunt krijgen. Wij benadrukken dat deze pagina geen compleet overzicht van de rechterlijke instanties van Nederland geeft; wij willen u slechts een overzichtelijke en globale indruk geven.

In Nederland zijn er 19 rechtbanken, 5 gerechtshoven en een Hoge Raad. De rechtbanken en de gerechtshoven hebben een regionale bevoegdheid; de Hoge Raad een landelijke. Wanneer u een geschil voor de rechter wilt brengen, begint in doorgaans bij de rechtbank. Na de procedure, waarin u en de wederpartij gelegenheid krijgen om hun standpunten kenbaar te maken, volgt een uitspraak van de rechter. Wanneer een van beide partijen - u of de wederpartij - het met deze uitspraak niet eens is, kan er hoger beroep worden aangetekend bij het gerechtshof. Daar volgt opnieuw een inhoudelijke beoordeling van de kwestie. Wanneer de uitsprak van het gerechtshof nog steeds niet tot tevredenheid stemt, kan de zaak worden voorgebracht bij de Hoge Raad. Deze instantie behandelt de kwestie niet meer inhoudelijk; er wordt alleen beoordeeld of het recht door het gerechtshof op de juiste wijze is toegepast.

Naast de bovengenoemde rechterlijke instanties, kent Nederland nog de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De eerste behandelt het hoger beroep in ambtenarenzaken en sociale zekerheidszaken, de tweede behandelt zaken op het terrein van het sociaal-economisch bestuursrecht.

Rechtbank
Wanneer u een geschil aan de rechter wilt voorleggen, begint u de procedure doorgaans bij de rechtbank. Zowel uw standpunten als die van de wederpartij worden voorgelegd aan een onafhankelijke rechter. Bij de rechtbank zijn vier onderdelen te onderscheiden:

- de kantonrechter
- de strafrechter
- de civiele rechter
- de bestuursrechter

Kantonrechter
De kantonrechter behandelt geschillen over arbeid, huur en huurkoop. Daarnaast behandelt hij alle andere civiele zaken die gaan om een bedrag van € 5000,- of minder. Bij de kantonrechter kunt u op een relatief eenvoudige manier uw recht halen. U mag namelijk zelf uw zaak behartigen; u bent dus niet verplicht een advocaat in te schakelen.

De uitspraak van de kantonrechter wordt opgeschreven in een vonnis. Tegen de meeste uitspraken van de kantonrechter kunt u in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. De kantonrechter behandelt ook verzoekschriften. Een werkgever of een werknemer kan bijvoorbeeld een verzoekschrift indienen waarin hij de rechter vraagt een arbeidsovereenkomst te ontbinden. De beslissing van de rechter op een verzoekschrift heet geen vonnis, maar een beschikking.

Strafrechter
De strafrechter beoordeelt of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en daarvoor gestraft moet worden. Als het om relatief lichte feiten gaat waarop maximaal één jaar gevangenisstraf staat, behandelt één rechter de zaak, de politierechter. Zwaardere zaken worden behandeld door drie rechters.

Als de strafrechter alle partijen heeft gehoord en alle belangrijke stukken heeft bestudeerd, moet hij een beslissing nemen. De politierechter doet dat meestal meteen na de zitting. Wanner drie rechters de zaak behandelen, moeten er eerst worden overlegd. Zij doen dan meestal na veertien dagen uitspraak. Deze uitspraak wordt schriftelijk vastgelegd. Een uitspraak van de rechtbank heet een vonnis.

Civiele rechter
De civiele rechter behandelt zaken tussen twee partijen. Dat kunnen natuurlijke personen zijn, maar ook rechtspersonen zoals stichtingen en bedrijven. De zittingen bij de civiele rechter zijn in principe openbaar, dus toegankelijk voor publiek en pers. Zittingen van de kinderrechter en de meeste andere familiezaken worden achter gesloten deuren behandeld. Ingewikkelde zaken worden altijd door drie rechters behandeld; minder gecompliceerde zaken door één rechter. Bij een civiele procedure is het verplicht dat u zich door een advocaat laat vertegenwoordigen.

Nadat de rechter het dossier heeft bestudeerd en zo nodig de partijen heeft gehoord, doet hij een uitspraak. De civiele rechter schrijft in een vonnis op hoe volgens hem het conflict moet worden opgelost.

Bestuursrechter
De bestuursrechter behandelt zaken tussen de overheid en burgers of bedrijven. Hij behandelt ook conflicten tussen overheidsorganen onderling. Veel zaken waarmee de bestuursrechter te maken krijgt gaan over het milieu, ruimtelijke ordening en sociale zekerheid. Ook het vreemdelingenrecht en het ambtenarenrecht horen bij de bestuursrechter.

De meeste bestuursrechtprocedures beginnen met een besluit van een bestuursorgaan, zoals een minister, een commissaris van de koningin, een burgemeester, of een college van B&W. Ook de belastinginspecteur en het bestuur van een waterschap zijn bestuursorganen. Bent u het niet eens met dit besluit, dan kunt u bezwaar maken.

Na de zitting doet de bestuursrechter binnen zes tot twaalf weken schriftelijk uitspraak. Hij beoordeelt of de beslissing van de overheid terecht is of niet. De rechter kan zelf een nieuwe beslissing nemen, maar kan ook het bestuursorgaan opdragen dat te doen. Verder kan de rechter bepalen of de partij die ongelijk heeft gekregen schadevergoeding moet betalen. Overigens hoeft er in een bestuursrechtprocedure geen zitting plaats te vinden. Soms doet de bestuursrechter op basis van de schriftelijke stukken meteen uitspraak. Wanneer u het hiermee niet eens bent, kunt u in verzet komen. U moet dan een verzetschrift indienen bij de rechtbank. In dat geval wordt opnieuw gekeken of een rechtszitting nodig is.

Gerechtshof
Wanneer u het niet eens bent met een uitspraak van de rechter, kunt u hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. De beslissing van de rechter wordt dan aan een hogere rechter wordt voorgelegd. In tegenstelling tot bij de rechtbank, worden beslissing van het gerechtshof arresten genoemd. In belastingzaken spreekt men over uitspraken.

Hoge Raad
De Hoge Raad is het hoogste rechtscollege binnen de gewone rechterlijke macht in Nederland. De belangrijkste taak van de Hoge Raad is de cassatierechtspraak op het gebied van het civiele recht, het strafrecht en het belastingrecht.

Bij de Hoge Raad kunt u een eis tot cassatie instellen, tegen een uitspraak van het gerechtshof. U verzoekt daarmee de Hoge Raad om de uitspraak van het gerechtshof te vernietigen. Cassatie verschilt wezenlijk van hoger beroep. In hoger beroep wordt een zaak geheel opnieuw beoordeeld en kan dus ook een geheel nieuw onderzoek naar de feiten plaats vinden. In cassatie kunnen alleen rechtsvragen aan de orde komen. De Hoge Raad onderzoekt daarom niet of de feiten die de lagere rechter heeft vastgesteld juist zijn, maar alleen of het recht, inclusief de procesregels, juist is toegepast. De Hoge Raad gaat daarbij uit van de feiten die de lagere rechter heeft vastgesteld. De zaak wordt dan ook niet in haar geheel opnieuw behandeld.

Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste bestuursrechter, die in hoger beroep oordeelt over geschillen op het terrein van de sociale zekerheid en in ambtenarenzaken. In bestuursprocedures maakt u bezwaar tegen een beslissing van een overheid, bijvoorbeeld een gemeente. In eerste instantie kunt u bezwaar aantekenen bij de overheid zelf. Bent u het met de uitkomst van deze procedure niet eens, dan kunt u hoger beroep aantekenen bij de rechtbank. Wanneer u het ook met deze beslissing niet eens bent, kunt u de kwestie voorleggen aan de Centrale Raad van Beroep.

College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven is een bestuursrechtelijk college dat oordeelt over geschillen op het terrein van het sociaal-economisch bestuursrecht. Dat betekent dat er vaak kwesties van Europees recht spelen. Daarnaast is het College de hoger beroepsinstantie voor uitspraken die een bepaald aantal wetten betreffen, zoals bijvoorbeeld de Mededingingswet en de Telecommunicatiewet. Verder fungeert het College in hoger beroep als tuchtrechter.